2147778Groep 7 blijkt het lied ‘Joy to the world! The Lord has come’ vijf noten hoger te hebben ingestudeerd dan groep 8. Als ze het onafhankelijk van elkaar hadden gezongen, was dat geen punt geweest. Maar bij deze gezamenlijke uitvoering komen hoog en laag met elkaar in botsing en ontstaat een geluidsbrij die tot op de achterste rij van de kerk de vullingen in de kiezen laat resoneren. Groep 8 haakt na twee zinnen af en de harde kern van groep 7 die de hoge noten wél haalt, zingt bibberig door tot het eind. ‘Let earth receive her King!’

Groep 2 begint vertraagd aan de uitvoering van ‘Tsjongejongejonge’ (een lied waarin de koningin van Scheba zich verbaast over de rijkdom van koning Salomon en de oudtestamentische woorden ‘Tsjongejongejonge – wat ben jij rijk’, bezigt). Het teken van de juf/dirigent om op te staan, is voor de peuters het sein om rond te kijken of papa en mama binnen zwaaibereik zitten. De eerste handen wapperen al, de andere hangen nog vertwijfeld omlaag, terwijl ergens daarboven wat hoofden in paniek rondkijken, uit vrees dat hun opvoeders na het vorige lied stiekem de kerk hebben verlaten. De juf zwaait ook. Maar niet naar een bekende. Ze wil beginnen met ‘Tsjongejongejonge’.

Groep 1a heeft een souffleur annex criticus op de eerste rij zitten die niet behoort tot dat groeiende deel van de bevolking dat niks weet van het oorspronkelijke kerstverhaal. Elke bewering van de juf wordt door hem tegengesproken, of aangevuld. Als ze vertelt dat Jozef en Maria op hun lange reis naar Bethlehem best wel eens moesten stoppen om een beetje uit te rusten en wat met elkaar te praten (‘dat doen jullie toch ook wel, op een lange reis?’) wil de criticus met ons delen dat zijn vader op vakantie alleen stopt om te tanken. Het aantal dieren in de stal dat getuige is van de geboorte van het kindeke Jezus vult hij uit eigener beweging aan met een varken en aan het eind van jufs vertelling, klinkt uit zijn mond de verzuchting ‘Wel lang!’.

Groep 1, 2, 3, 4, 5 , 6, 7 en 8 reageren tijdens de wisseling van spelers alsof ze in de foyer van de schouwburg staan. Zodra een laatste noot of zin heeft geklonken en leraren en leraressen als rondreizende minstreels met hun instrumenten door de kerk zwermen, zwelt een oorverdovend geroezemoes aan. Elk nieuw onderdeel van het doorlopende verhaal begint, als een leeglopende band, met een langgerekt Ssssssssssst.

Groep 5 stuurt een sneldichter naar voren die een vers afwerkt in een tempo waar Bart Chabot jaloers op zou zijn.

Groep 6 vaardigt iemand af die het evangelie met zijn handen in zijn zakken verkondigt.

Groep 3 komt met een representant die in de lach schiet als hij ons het eeuwige koninkrijk belooft.

Groep 4 heeft moeite met de kerstbelofte ‘Vrede op aarde’. De jongetjes die op het schoolplein ook niet van elkaar kunnen afblijven, hebben nog nooit gehoord van een kerstbestand. De juf posteert zich tussen de belangrijkste vechtersbazen, maar kan niet voorkomen dat er onder het bidden wat stiekeme achterhoedegevechten worden gevoerd met het programmaboekje.

Groep 8 kijkt toe hoe Wilfred naar het podium gaat, om de twee na laatste zinnen van het thema van deze dienst naar voren te brengen. Bij het plaatsmaken voor Jeroen, die de een na laatste zin doet, trapt hij op de plug van de microfoon, waardoor het geluid uitvalt. Jeroen is aanvankelijk onverstaanbaar, maar draait dan zijn eigen volumeknop open om zijn boodschap verder te laten dragen dan de eerste rij. Ook Martijn, die de laatste zin mag doen, neemt een extra hap lucht om ook de achterste stoelen te bereiken. Omdat de directeur juist op dat moment de eindjes van het geluid weer aan elkaar knoopt, buldert zijn ‘VERWACHT JIJ HEM AL?’ op orkaankracht door de kerk.

Het was een mooi kerstfeest.

 

Uit de krant van 22 december 2003.