Te veel zelfgenoegzaamheid (Reinout Oerlemans) is niet goed, maar ook ik word soms overvallen door momenten van intense tevredenheid. ,,Het is nu kwart over acht en alle buitenlichten zijn uit”, meld ik mijn eega in de vroege ochtenduren, na een inspectierondje van de voordeur naar het schuurtje. Sinds eind september probeer ik alle schakelklokken in ons huis er van te doordringen dat de wintertijd is begonnen. Net voor het einde van 2008 is het me gelukt.
Pagina 9 of 25
Bij de volgende verbouwing zet ik een draaideur op m’n verlanglijstje. Tot die tijd worden we aan de ontbijttafel vergast op een venijnige sneeuwvlaag, elke keer als onze zoon gestrest van zijn fiets bij het schuurtje naar onze woonkeuken rent voor alles wat hij deze morgen op weg naar school nog is vergeten. Zijn handschoenen. Het werkbezoek voor aardrijkskunde. Zijn buitengymschoenen (want je weet maar nooit, deze winter, wat die sportleraar in zijn hoofd haalt). En, o ja, hijgt hij, bij wat wij hopen dat zijn laatste oprisping is: ‘Hebben jullie nog iets voor de voedselbank?’
Er is een arts in Wales die mij één keer het leven heeft gered. Maar de keren dat Dolf Jansen, Felix Meurders, Wim Daniëls, Martijn Koning en Hans Lebbis hebben voorkomen dat ik me met auto, caravan, vrouw en twee kinderen met de cruise control steady op 90 kilometer per uur in een tolhuisje op de Route du Soleil boorde, zijn niet meer op de vingers van twee handen te tellen.
De strijd om de nalatenschap ontbrandt gewoonlijk pas als de overledene boven aarde staat. Maar zolang kan mijn zoon (9) niet wachten. ,,Als opa dood is”, zegt hij, als we onze auto parkeren voor het appartement van mijn vader, ,,krijg ik dan ook wat van de erfenis?” Bij gebrek aan vermogen is de verdeling van het familiebezit bij ons thuis nooit een kwestie geweest. Dus vraag ik hem verbaasd waaraan hij dan denkt, bij een erfenis? ,,Iets waar ik wat aan heb”, zegt hij, ,,net als toen bij opa Simon.” Ook bij de dood van mijn schoonvader kan ik me niet herinneren dat er iets van een erfenis naar mijn zoon is gegaan. ,,De sjoelbak”, zegt hij in de lift naar de zesde etage, geïrriteerd over zoveel onbenul.
Onder dictatoriale regimes schijnt het heel normaal te zijn, maar aan de ontbijttafel kijken wij er toch even van op. ,,Ik heb voor je gestemd”, zegt mijn dochter, met een knikje in mijn richting. Haar blik glijdt naar mijn zoon en mijn eega, die achter een bordje ochtendpap voor zich uitstaren met de verdwaasdheid van avondmensen. ,,En voor jou ook, en voor jou ook.” Ik ben de enige die wil weten waarom. Voor het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap? De ouderraad van haar school? ,,Op Bohemian Rhapsody”, zegt ze. ,,Voor de Top 2000.”
Het kerstbomenmannetje kent me nog van vorig jaar, te oordelen naar de snelheid waarmee hij zich terugtrekt in het donkere tuinhuisje dat hem tegen weer, wind en lastige klanten moet beschutten. ,,Goeiemoggel!”, roep ik gemaakt vrolijk, terwijl de middagschemering plaatsmaakt voor het inktzwart van de decemberavond. ,,Ik kijk eerst wel even rond!” De blik van het mannetje gaat naar de klok aan de wand van zijn houten hokje, waarna ik zijn hoofd nog dieper tussen zijn schouders zie zakken. Een kwartier voor sluitingstijd. Als het net zo gaat als vorig jaar moet hij straks 27 blauwsparren aanslepen, uitschudden en na een mismoedig hoofdschudden van mijn kant, weer op hun plek zetten in zijn dode bomenbos.
Dit is niet zomaar het obligate opzegmailtje voor een wispelturige puber die de edele basketbalsport na een blauwe maandag inruilt voor weer een andere, kortstondige bevlieging als American football, parapenten of neusfluit spelen. Nee, dit is de afsluiting van een tijdperk. Een wegstervend slotakkoord. De laatste punt achter een mooi verhaal.
De man-die-alles-al-heeft kluift aan zijn pen en haalt maar weer eens een zucht vanuit zijn tenen. ‘Verlanglijstje’ staat er ambitieus op het verder nog maagdelijke vel papier voor hem op tafel. Schaar en lijmpot naast zijn rechterelleboog wachten op de dingen die komen gaan. Maar er komt niks. Sinds zijn vrouw sinterklaas heeft bestempeld tot het ‘feest van de kleine cadeautjes’ is de man-die-alles-al-heeft ten einde raad.


