neuspeuterenWaar ontstaan smerige gewoonten? Bij mijn zoon ergens halverwege pagina 34 van ‘Asterix en de Gothen’. Ik zie zijn linkerhand naar zijn neus gaan, z’n vinger zich een weg banen in een neusgat, daar een klein rondje draaien en met een stevige pork op de wijsvinger weer naar buiten komen. Zonder zijn ogen ook maar een moment van zijn boek te laten afdwalen, laat hij zijn hand omlaag glijden, een vegende beweging maken aan de onderkant van de bank en – met een schone vinger – weer omhoog komen. Daar kan Hans Kazan nog een puntje aan zuigen. Of misschien heeft ie dat wel gedaan. Dat zou in elk geval verklaren waar die pork is gebleven.

Dat kinderen smerige gewoonten ontwikkelen, hou je niet tegen. Van zijn eerste tot zijn vierde levensjaar heeft mijn zoon (6) alles wat uit zijn neus kwam met een zekere trots ter verdere verwerking aan mij aangeboden, wat vooral in openbare ruimten en tijdens gesprekken met gezagsdragers nog wel eens tot ongemakkelijke taferelen leidde. Dat hij er in de periode daarna voor koos om het restafval van zijn snotproductie onderaan de stoel of (liggend in zijn bed) aan het behang te smeren, vond ik zelf derhalve wel een vooruitgang.

Maar daarin sta ik – en niet voor het eerst in de pedagogie zoals die in ons gezin wordt gepraktiseerd – alleen. Mijn echtgenote doet hardnekkige pogingen om hem van deze gedragingen af te helpen. Maar dat is nog een hele toestand. Net als knakken met je vingerkootjes en peuteren aan de velletjes van je nagelriem, is het op merkwaardige manieren lozen van de inhoud van je neus iets wat je gedachteloos doet. Er zijn mensen die er een balletje van draaien en het dan wegschieten. Er zijn er die aan recycling doen. En iedereen die wel eens in de file om zich heen kijkt, kan nog wel wat andere creatieve methoden opsommen.

Dat kinderen smerige gewoonten ontwikkelen, hou je niet tegen. Interessanter is het van wie ze ze hebben. Althans, voor mijn eega, die van het herleiden van smerige gewoonten ons nageslacht betreffende, een exacte wetenschap heeft gemaakt.

Het exacte zit erin dat ze altijd exact schijnt te weten dat het van mij komt.

Behalve dit dan, weet ik absoluut zeker.

De ergste vormen van verraad zijn die binnen de familiekring. In haar zoektocht naar het ‘hoe en waarom van smerige gewoonten’ komt mijn echtgenote uiteindelijk uit bij mijn moeder, die weet te vertellen dat de onderkanten van de houten leuningen van de rookstoelen die destijds bij ons in de huiskamer stonden, voor mij als 6-jarige de geliefde plekken waren om de inhoud van mijn neus aan te smeren. Als je na drie dagen je handen erlangs haalde, dwarrelde die als confetti op het tapijt.

Waar ik nu blijf, met mijn bewering dat smerige gewoonten niet kunnen worden aangeleerd?, wil mijn vrouw van mij weten.

Daar blijf ik bij, natuurlijk. Smerige gewoonten kun je niet aanleren. Die zijn gewoon genetisch bepaald.

 

Uit de krant van 17 februari 2003