Alleen als ik beweeg schiet de wijzer van de weegschaal in de badkamer even over de 93. Het valt nog niet eens mee, om tien kilo aan te komen. Het lijkt wel of het lijf zich verzet tegen de overmaat van twee dagen kerst, door in de nachtelijke uren in hoog tempo af te breken waarmee het overdag is volgestopt. Na drie maanden van nauwelijks sporten en gestaag dooreten, dreig ik in het zicht van de haven te stranden. Om in het nieuwe jaar tien kilo te kunnen afvallen, moet ik er nog twee aankomen. Ik vestig komende week al mijn hoop op de oliebollen en de appelflappen.
In de zomermaanden spiegel ik mij graag aan Lance Armstrong, in de wintermaanden is Jan Ullrich het grote voorbeeld. De begenadigde Duitse wielrenner komt altijd tien kilo aan in de maanden dat hij het wat rustiger aan doet. Een belangrijk deel van het seizoen besteedt hij vervolgens niet aan de jacht op zijn Amerikaanse concurrent, maar aan het kwijtraken van overgewicht. Armstrong beroept zich erop dat hij als enige in het peloton ook op eerste kerstdag en nieuwjaarsdag op de fiets zit. Maar dan hebben Jan en ik wel wat anders aan ons hoofd.
Toch heb ik dit jaar ergens in oktober m’n racefiets weggehangen, met het vaste voornemen het deze winter niet zo ver te laten komen. Op de mountainbike zou ik mijn conditie en mijn gewicht in de donkere maanden voor kerst op peil houden. Maar toen ik met een valpartij op het eerste ritje twee ribben kneusde, moest ik het noodgedwongen wat rustiger aan gaan doen. En daar stop je niet zo gemakkelijk mee.
Mijn tweede richtpunt om weer serieus te beginnen werd 1 december, de datum waarop de profwielrenners starten met de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Half november zette ik mijn racefiets op zolder op de rollenbank, om alvast te trainen op souplesse. Met de mountainbike zou ik aan kracht en conditie werken. Maar 1 december was eigenlijk al voorbij voordat ik het wist, waarna ik ongemerkt toch weer in het Jan Ullrich-scenario terechtkwam. En dan moet je er ook vol voor gaan. Niet trainen en je met eten zodanig matigen dat je toch redelijk op gewicht blijft, is geen optie. Als er niet wordt gefietst, willen Jan en ik voluit van het leven genieten. Mijn racefiets staat sinds die tijd volgens mijn nazaten hinderlijk in de weg, onder het dartbord en naast het voetbalspel. En na een paar weken stuurt mijn eega me met een stofdoek naar boven.
Op momenten dat ik fanatiek train, schommelt mijn lichaamsgewicht rond 85 kilo en kan ik alles eten wat ik wil. Stoppen met fietsen gaat me in de winter makkelijk af, maar ophouden met alles te eten wat ik wil, is een verworvenheid die ik niet graag opgeef. Goed, er zijn best weleens momenten dat ik na een bord patat, twee nasischijven, een frikadel en een kroket ogenblikken van mentale zwakte ken. Waar ben ik helemaal mee bezig? Maar dan verman ik mij en laat ik me de dag erop bij het tweewekelijkse koffiebezoek bij mijn moeder weer twee taartpunten voorzetten. Als Jan sterk is, moet ik het ook zijn.
Het blad Fiets bracht mij enkele weken geleden al de Fietscoach, het trainingsschema dat dit jaar voorbereidt op de Amstel Gold Race (16 april, week 15), de Dolomieten Marathon (week 26) en Luik-Bastenaken-Luik (week 32). Het richtpunt voor het hervatten van de training is voor mij nu 2 januari, dé dag van de goede voornemens. Maar als ik op die datum beelden te zien krijg van een Ullrich die zich nog eens een halve liter pils laat voorzetten, kan het zomaar 2 februari worden.
Voorlopig de komende zes dagen nog 2 kilo te gaan.
Uit de krant van 27 december 2004.
Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.