badnotesZelf behoor ik tot de groep die in de periferie van het lokaal uitstraalt dat hij ook maar wordt gestuurd. Maar er zijn ouders die deze klassikale bijeenkomst op de middelbare school van hun nazaten heel wat gedrevener zijn ingegaan. Met hetzelfde fanatisme waarmee op het sportveld de beslissingen van de scheids- en de grensrechter worden aangevochten, storten ze zich nu op de bevorderingsnormen van 5 naar 6 vwo en op de niet-benijdenswaardige adjunct-directeur die hen van het belang daarvan probeert te overtuigen.

Door wat ik beschouw als een ongelukkige samenloop van omstandigheden krijg ik een – mijns inziens – onevenredige hoeveelheid ouderparticipatie voor mijn kiezen. Dit keer vindt mijn eega het nodig haar aandacht te besteden aan een met een griepje kwakkelende dochter en krijg ik de uitnodiging voor een ‘korte, algemene samenkomst’ voorafgaand aan de fameuze Tafeltjesavond in mijn handen geduwd. Mokken heeft geen zin. Als er iemand binnen ons gezin respect voor de leiding weet op te brengen, ben ik het wel.

De verhitte aanloop naar deze ouderbijeenkomst was, zoals zoveel educatieve aangelegenheden, aan me voorbijgaan. Pas later hoor ik van onze zoon dat de messen bij veel opvoeders al bij voorbaat waren geslepen door de inhoud en de toon van een brief die min of meer tegelijk met het kerstrapport per post was bezorgd. Ruwweg waren deze schrijvens in drie categorieën te verdelen: ‘Uw zoon/dochter heeft geen tekortpunten, is derhalve bevorderbaar, ga zo door!’ Of: ‘Eén of meer tekorten, maar bevorderbaar. Pas op!’ En ten slotte: ‘Niet bevorderbaar – er moet iets veranderen!’

Om het allemaal wat te nuanceren had er een telefoontje van de tutor aan de brieven vooraf moeten gaan, al was dat in veel gevallen niet gelukt. De klap van de ‘Pas op!’ voor onze jongste nazaat – een 5,4 voor Nederlands en een 5,9 voor economie en Duits, maar volgens hem verder niks om je druk over te maken – was door ons al verwerkt toen het belletje van de school binnenkwam.

Als ervaringsdeskundige zie ik mijn rol ook voor deze ouderbijeenkomst als volgt: in de aula een bakje koffie tappen, in het lokaal lijdzaam aanhoren wat er gezegd wordt en aan het einde van de samenkomst dankbaar het stencil in ontvangst nemen waarop een heldere samenvatting van het besprokene is opgenomen.

Tot mijn niet geringe vreugde begint de adjunct dit keer al met het uitdelen van de stencils, maar tot een verslappen van de (lees: mijn) aandacht vermag dit niet te leiden. Er is weinig voor nodig om de broeierige sfeer die van meet af aan in het lokaal hangt, te laten ontaarden in een volksgericht.

,,Waarom is er geen andere toon aangeslagen in die brieven!”, willen ouders voor en achter mij weten.

,,Waarom is er niet gekozen voor een individuele aanpak?!”

,,Waarom is een 5,4 of lager voor niet-examenvakken als lichamelijke opvoeding en godsdienst een reden om niet door te stromen naar 6 vwo?!”

,,Waarom mogen leerlingen voor een vak wat u zegt zo serieus te nemen, zelf hun proefwerk nakijken en een cijfer geven?”

,,Waarom zitten we hier dan, als dit nooit een probleem is geweest?!”

,,Waarom stemt u dit niet wat beter af met uw tutors, die ook niet begrijpen wat hier aan de hand is?!”

Je hoeft niet zoveel gevoel voor drama te hebben om het stapeltje stencils waarmee de adjunct zich te midden van de steeds verhittere gemoederen wat verkoeling toewuift, voor je geestesoog te zien veranderen in een vlaggetje. Het lokaal in een speelveld. De bijeenkomst in een duel dat ontspoort. En mezelf in de toeschouwer die het strijdtoneel vanaf de zijlijn met verwondering beziet.

,,Nou, hoe was het?”, wil mijn vrouw na afloop weten.

,,Er zat wel een column in”, zeg ik.

 

Uit de krant van 13 december 2012.