Er kunnen twee verdiepingen tussen zitten, maar soms doen ze het ook gewoon naast elkaar op de bank. Het duurt altijd even voordat de nieuwste rages hun weerslag krijgen op de vrouwelijke helft van ons gezin, maar dan is ook het hek volledig van de dam. ,,Ik ben geweest”, klinkt het uit een van de twee hoofden die ingespannen turen op hun respectievelijke mobieltjes, maar dat is dan ook de enige conversatie die ik als verwonderde buitenstaander meekrijg. Wordfeud is geen gezelschapsspel.
Maand: januari 2016 (Pagina 2 van 3)
De eerste keer dat ze tijdens de lunch half onder de tafel dook om even te krabben, viel het me nog niet op. Maar toen ik haar op zeker moment om de paar happen even uit het zicht zag verdwijnen, moest ik er toch het fijne van weten. ,,Jeuk aan mijn scheenbeen”, klonk het getergd. Mijn hart maakte een sprongetje en ik klonk bijna blij toen ik ’s avonds thuis op de vraag of er nog wat bijzonders op werk was gebeurd, kon antwoorden met: ,,De stagiaire heeft het ook.”
Fish and chips met weke erwten, gevulde varkensmaag, een prakje met bloedworst en kleverige toffeepudding. Onbegrijpelijk, maar als je deze recepten op de menukaart zet, lopen ze voor geen meter. Jamie Oliver moet drie van zijn vier restaurants met ouderwetse Britse recepten in Londen en Winchester sluiten. Alleen in Covent Garden kan het publiek nog terecht bij een ‘Union Jack’ voor gepocheerde schapendarm en au bain marie bereide suikerbieten.
Niet schrikken, het is maar een voorbeeld. ,,Stel”, zeg ik tegen mijn zoon, ,,ik trek per ongeluk de frituurpan om en het kokende vet loopt over mijn handen. Wat moet je doen?” In een fractie van een seconde antwoordt hij: ,,Stel het slachtoffer gerust.” Bij het oefenen van zijn EHBO-lessen heeft hij ontdekt dat hij hiermee bij vrijwel elke verwonding kan beginnen, dat is wel zo gemakkelijk. Maar mij valt het een beetje tegen. ,,Ik sta met twee gefrituurde handen en het enige dat jij tegen me zegt is dat daar nog nooit een kroketje minder van is geworden?” Hij denkt na. ,,Over welke graad brandwond hebben we het hier? Frituurvet staat niet in mijn lijstje.” Een EHBO’er begint niets, zonder goede diagnose.
Zelf had ik het ook liever anders gezien. Als mijn neef met zijn Bob de Bouwer-prentenboek het voorleesrondje in de familiekring heeft gemaakt, stopt hij bij mijn stoel, strekt een mollig vingertje naar mijn iPhone en brabbelt ‘Bier drinken’. Na twee tikjes op het iBeer-icoontje vult het scherm zich borrelend en schuimend met gerstenat, om langzaam weer leeg te lopen zodra hij het met glimmende oogjes als een glas aan zijn mond zet. En dan komt het mooiste, zeker voor een 2-jarige: de ver achterin de huig geproduceerde boer die zich secondenlang een weg zoekt uit het speakertje van mijn telefoon. Excuses!
Waarom zou je je beste wensen opsparen tot begin januari? Het hele jaar door stroomt mijn mailbak over van hartelijkheid en goede raad. ,,Ik hoef uw column natuurlijk niet te lezen, maar af en toe waag ik mij er toch even aan. Ik heb sterk de indruk dat u een ongelofelijke burgerlijke blaaskaak bent en dat uw genegenheid voor uw zoon trekken heeft van een soort complex. Dat u uw gezin niet anders kunt vermaken dan met elektronische speeltjes. U laat zien dat u inderdaad bij het gepeupel hoort wat op de camping niet buiten zijn mobiel kan, niet zonder tv, niet zonder laptop. U geeft uw kinderen zo een geweldig voorbeeld. Later als u oud bent, niet klagen dat ze niet in u geïnteresseerd zijn!”
Het is al erg genoeg dat ik mezelf aan mijn eigen goede voornemens moet houden, maar nu krijg ik die van een tweede generatie ook nog in de maag gesplitst. ,,Je zoon wil in het nieuwe jaar weer met jou gaan wielrennen”, zegt mijn wederhelft, die doorgaans uitstekend weet wat goed is voor een ander. De goede voornemens zijn al enige tijd aan inflatie onderhevig. De meeste sneuvelen al in de nieuwjaarsnacht (‘Ik zal mijn vrouw niet meer slaan’, Rafael van der Vaart), een enkele haalt het tot het eind van de eerste week van januari, als het nieuwe abonnement voor een heel jaar sportschool wordt afgeschreven.
De Grote Gezinsagenda is voor de laatste week van het jaar nog blanco, maar daar gaan we wat aan doen. “Dus”, vat ik maar even samen, “morgen naar de dierentuin, woensdag naar Floris en vandaag naar het strand, want het is lekker wandelweer.” De verwachte juichkreten en blije gezichten blijven uit. “Ik had afgesproken met Dennis”, zegt mijn zoon, “om te gaan fietsen.” Mijn dochter krijgt een vriendin op bezoek, moet de dag daarop bij iemand langs en heeft voor de rest van de week vage logeerafspraken bij een paar neefjes. “Woensdag naar de film zou misschien wel kunnen”, zegt ze met een zuinig gezicht. Mijn zoon (8) trekt zijn jas aan en verdwijnt naar de schuur om zijn fiets te pakken. Mijn dochter (12) gaat de trap op naar haar kamer. “Jij gaat niet weg, hè?”, roept ze halverwege. “Doe jij zo even de deur voor mijn vriendin open?”
Na een kwartier met draaiende motor op een invalidenparkeerplaats te hebben gestaan, zie ik nog steeds geen beweging in de deur van de sportzaal. De kleedkamer hoef ik niet in, om een voorstelling te hebben van wat achter die deur gebeurt. Vijftien naakte, schreeuwende mannetjes die elkaar bekogelen met shampoo, in het afvoerputje plassen en elkaar, druipend van het water, nazitten over de banken. Daarna drogen ze zich half af, trekken de truien achterstevoren aan en proppen de helft van hun sportspullen in hun rugzak. De andere helft blijft achter. En wie krijgt er thuis de schuld? Wie is er niet betrokken? Wie laat de dingen maar op zijn beloop? Zuchtend wurm ik me achter het stuur vandaan om de rol van participerende opvoeder op me te nemen.
Vandaag wordt mijn vader begraven. Al sinds middernacht bonkt die zin door mijn hoofd. Op het ritme van de kerkklok die naast ons huis de uren aftelt, neem ik voor de zoveelste keer de afscheidsdienst door. Half twee, met mijn drie zussen rijd ik de kist door de kerk. Twee uur, in mijn toespraak probeer ik mijn vader weer een beetje tot leven te brengen. Half drie, we lopen, dwars door het dorp, naar het graf. Zo wilde mijn vader het graag. Een stille stoet, onder het gebeier van de klok. Half vier, slaat de kerkklok naast ons huis. Nog tien uur te gaan. Dan wordt mijn vader begraven.