Zoals ik nog steeds geen standwerker voorbij kan lopen zonder zijn magische tomatensnijder aan te schaffen, zo viel ik in mijn jongelingsjaren als een blok voor de welkomstgeschenken van ECI. Een riant pakket met rijk geïllustreerde uitgaven over de leefwijze van de Inuit Indianen of het eerste deel van een serie over de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog, met daar bovenop nog een autoradio met cassetterecorder. De enige verplichting die je daarmee aanging was een levenslange veroordeling – want opzeggen bleek verrekte lastig – tot de driemaandelijkse aanschaf van weer een pronkjuweel voor boeken- of platenkast.
Toen de kroeg failliet ging waar ik als berooide jongeling nog een – niet door de curator te traceren – torenhoge drankrekening had staan, maakte zich een gevoel van opluchting van mij meester. Bij het bankroet van ECI was er sprake van genoegdoening. Niet vanwege het droeve lot van de tweehonderd personeelsleden, maar vanwege het leed dat mij als lid – je was geen klant, maar lid – jarenlang is aangedaan.
De ECI werd in 1967 opgericht om het lezen in ons land te bevorderen, las ik in de necrologieën die na het faillissement werden opgemaakt. Zodra het blaadje met het kwartaalaanbod bij mij in de bus viel, bladerde ik het inderdaad altijd hoopvol door, maar wist ik me in de regel geen raad met het middle of the road-assortiment. Als je na drie maanden nog niet uit eigener beweging een keuze had gemaakt, werd je verrast met het Kroonboek; doorgaans een vuistdikke uitgave met glutenvrije recepten voor vrouwen in de overgang, of een historische roman over een in het leven teleurgestelde panfluitspeler uit Peru.
Bij mijn uitgebreide research voor dit stukje, kwam ik tegen dat het Kroonboek pas in 2009 door ECI is afgeschaft, omdat het ‘een groot irritatiepunt bij onze leden bleek’. Ja, dat had ik ze in 1978 al kunnen vertellen, maar het volgen van de tijdgeest bleek niet het sterkste punt van de organisatie.
Mijn gratis autoradio met cassetterecorder werd op een druilerige zaterdagmorgen door mijn handige zwager ingebouwd in de rode Citroën 2CV die ik voor 500 gulden had aangeschaft. Binnen een half uur klonk Jackson Browne (‘The Pretender’) door de speakers, die los in het opengewerkte dashboard lagen. Alleen toen ik de contactsleutel omdraaide stokte de muziek en kwam er een sliertje rook uit de cassettelader, gevolgd door de lucht van verbrand bakeliet.
Vijftien jaar later lukte het me pas mijn lidmaatschap van de ECI op te zeggen.
Uit de krant van 16 januari 2014.
Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.